De relatieve luchtvochtigheid beïnvloedt de verdamping. Hoe droger de lucht, hoe meer vocht mens, dier en plant zullen afstaan aan de lucht (uitdroging). Mens en dier kunnen last krijgen van een droge huid en droge slijmvliezen met als mogelijke gevolgen geirriteerde ogen, een droge (soms ontstoken) neus en keelklachten.
Tevens kunnen allergenen zich bij een droog klimaat makkelijker verspreiden aangezien de deeltjes makkkelijker in de lucht blijven zweven. Luchtbevochtigers zorgen er voor dat allergenen zoals de uitwerpselen van huisstofmijt, schimmelsporen, pollen en andere stofdeeltjes niet gemakkelijk in de lucht komen en ingeademd worden, met als resultaat een vermindering van allergische klachten. Een luchtbevochtiger die ook de lucht reinigt of “wast” (luchtwasser) is aan te raden wanneer je allergische klachten ervaart. Kijk op de vergelijkingspagina welke apparaten hier toe in staat zijn.
Vooral in de winter kan de lucht droog worden door het gebruik van kachel en CV. Wanneer de temperatuur stijgt kan lucht namelijk meer vocht opnemen, met als gevolg dat de relatieve luchtvochtigheid daalt (de lucht wordt “droog”). Wanneer binnenshuis dus flink wordt gestookt dan treed er al snel een flinke verlaging op van de luchtvochtigheid. Ventileren helpt in dit geval niet tegen een lage luchtvochtigheid, wanneer de koude lucht van buiten de kamertemperatuur heeft bereikt is hij namelijk ook weer veel droger geworden, de relatieve luchtvochtigheid daalt immers door verwarmen.
Een optimale luchtvochtigheid binnenshuis ligt zo tussen de 45-60%. Dit vochtigheidsgehalte wordt over het algemeen als meest prettig ervaren en zorgt voor de minste gezondheidsklachten.
De hoeveelheid vocht in de lucht kan in huis per ruimte verschillen, zo zul je in kelder of souterrain vaak sneller last hebben van vocht met mogelijk schimmelvorming tot gevolg.